Persoonlijkheid, deel 2.




10 Hoe kan men zich “zelf” leren kennen, hoe kan men te weten komen wie en wat men is?”






10.1 Zichzelf leren kennen.


1 Zichzelf leren kennen: kijken in de spiegel van het “zelf”.

Mensen leren van zich zelf via anderen. Iedere dag hebben mensen interacties met anderen, en door deze interacties leren zij hoe anderen hen waarnemen. “Je bent werkelijk goed in sport!“, “je weet daar veel van!“. via deze en vele soortgelijke commentaren vergaren mensen informatie over hun “zelf”. Mensen leren vooral over zichzelf via sociale interactie, van wat andere mensen hen vertellen en van het vergelijken van hen zelf met andere mensen.


Met de term, de spiegel van het “zelf”, wordt bedoeld de situatie dat mensen van andere mensen leren wat ze zelf zijn. Mensen zien zichzelf via anderen.
Cooley, die deze term (looking-glass of the self) gebruikte, stelde dat er drie componenten zijn:

- Via de spiegel (de ander, wat men ziet bij de ander) veronderstelt men hoe men door de ander wordt gezien.

- Men maakt daarna een veronderstelling van hoe men door de ander wordt beoordeeld.

- tenslotte ontwikkelt men een emotionele reactie (zoals trots of schande) als resultaat van de veronderstelde beoordeling.


Het is dus alsof andere mensen de spiegel zijn waarin men zichzelf kan zien. Als men op een verlaten eiland zou leven en nooit anderen zou ontmoetten, zou deze spiegel er niet zijn. Men zou men zichzelf niet zo goed kennen als dat men leeft te midden van andere mensen.

Zie, Cooley C. H., Human nature and the social order, Scribner’s Sons, New York, 1902.


Mensen reageren op de feedback die zij van anderen krijgen. Als anderen als spiegels de belangrijkste bron van zelfkennis zouden zijn, dan zou men op het eerste gezicht kunnen verwachten dat er een vrij goede overeenstemming moet zijn tussen hoe anderen over iemand denken en hoe de betreffende persoon over zichzelf denkt. Maar deze overeenstemming is er niet. Wat iemand van zijn of haar eigen zelf denkt is vaak verschillend van wat vrienden, familie of kennissen van hem of haar vinden.


De informatie die men van anderen krijgt is niet altijd betrouwbaar:

- Mensen vertellen niet altijd de waarheid.

Als men aan iemand vraagt “vindt u mij een vrij aardige iemand waar gemakkelijk mee is samen te werken?” dan is te verwachten dat de ander zal zeggen “zeker!” zonder het werkelijk te menen. Mensen aarzelen vaak als zij slecht nieuws moeten overbrengen, bijvoorbeeld om iemand te bekritiseren, om bezwaren te maken of op andere manieren mensen te vertellen wat verkeerd aan hen is.

- Mensen zijn niet altijd ontvankelijk voor de feedback die zij krijgen van anderen.

Anderen kunnen proberen om iemand duidelijk te maken dat er moeilijk met hem of haar is samen te werken, maar hij of zij kan niet accepteren wat zij zeggen. De betreffende persoon zou boos kunnen worden of kunnen stellen verkeerd te worden begrepen of van onderwerp kunnen veranderen. Mensen zijn selectief bij het verwerken van binnenkomende informatie over hen zelf. Dit is misschien een denkfout in de theorie van “een ander zien als een spiegel om zich zelf te kunnen zien” : deze theorie beschouwt een mens als een passieve ontvanger van informatie, alsof een mens altijd gelooft wat een ander van hem of haar vindt. In werkelijkheid kiezen mensen uit de beschikbare informatie de informatie die zij kunnen gebruiken en soms vinden zij de beschikbare informatie van anderen zelfs foutieve informatie. Het is om deze reden begrijpelijk dat het beeld dat mensen van hun “zelf” hebben niet overeenstemt met het begrip dat anderen daar van hebben. Met betrekking tot de eigen onaantrekkelijke eigenschappen is er een soort gemeenschappelijke geheimhouding: anderen willen het niet vertellen en zelf wil men het niet horen.


2 Zichzelf leren kennen: naar binnen kijken, introspectie.

Een eenvoudige verklaring van hoe mensen zelfkennis verwerven is dat de mensen beschikken over directe kennis van wat zij zijn. Het zou niet nodig zijn dat mensen moeten vertrouwen op wat andere mensen hen vertellen; mensen zouden enkel naar binnen behoeven te kijken om het antwoord te vinden.
Introspectie verwijst naar een proces waarmee iemand de inhoud van zijn of haar mening en mentale toestand kan onderzoeken. Mensen zouden altijd kunnen vertellen wat zij denken en voelen en zouden dit beter kunnen dan iemand anders. Mensen zouden een bevoorrechtte toegang hebben tot hun eigen gevoelens en iemand anders zou slechts conclusies kunnen trekken als deze over de gevoelens en gedachten van anderen wordt geïnformeerd.

Op basis van de veronderstelling van introspectie zouden mensen hun eigen gedachten en gevoelens kennen op een manier die niet door anderen kan worden geëvenaard.


Introspectie heeft grenzen. Veel kinderen denken dat de kennis die zij hebben van zichzelf niet overeenstemt met de kennis die hun ouders over hen hebben. Als aan kinderen wordt gevraagd, “wie weet het beste welk soort persoon je werkelijk bent“, dan zullen deze kinderen tot een leeftijd van ongeveer 11 jaar, waarschijnlijk antwoorden dat hun ouders hen het beste kennen. Op basis van introspectie of “de bevoorrechte toegang” zou iedereen moeten zeggen “ik ken me zelf het beste“. Kinderen denken dat als zij en hun ouders van mening verschillen over een eigenschap van het kind, de ouder het waarschijnlijk beter weet. Kinderen geloven dat hun ouders hen kennen beter dan dat zij zichzelf kennen.

Zie, Rosenberg M., Conceiving the self, Basic Books, New York, 1979.

Zie, Nisbett R. E. & Wilson T. D., Telling more than we can know: Verbal reports on mental processes, Psychological Review, 84, 1977.


Mensen hebben in werkelijkheid nauwelijks een effectief werkende “bevoorrechte toegang” tot hun “zelf”. Wanneer mensen bij zichzelf naar binnen kijken maken zij fouten, maken zij veronderstellingen of geven wat zij, op wat zij veronderstellen waar te nemen, aannemelijke of sociaal wenselijke antwoorden. Mensen realiseren zich vaak niet hoe hun geest, hun “zelf” werkt, zij weten niet wat er in hun hoofd plaats vindt. Met andere woorden: mensen weten niet precies wat zij denken en voelen over hun “zelf”. Het verschil tussen weten en niet weten ligt gedeeltelijk in de twee soorten van informatie verwerking in de hersens: een automatische onbewuste informatieverwerking en een bewuste informatieverwerking. Introspectie is een bewust proces. Het automatische systeem verricht veel werk waar het bewuste systeem niets van weet en niets van begrijpt.


3 Zichzelf leren kennen: door sociale vergelijking.

Via een sociale vergelijking met anderen leert men geen feiten over zichzelf maar leert men wel welke waarde bekende feiten hebben - op basis van wat anderen er van vinden. Door de aandacht te richten op anderen, krijgt men informatie over zichzelf.


4 Zichzelf leren kennen: door zelf-perceptie.

Mensen kunnen ook, op de zelfde manier als op school, door leren, leren ontdekken wie zij zijn. Dit kan door het eigen gedrag waar te nemen en conclusies te trekken. In zekere zin is dit het tegengestelde van introspectie omdat deze methode tegengesteld is aan de “bevoorrechte toegang“, er wordt niet naar binnen gekeken. Men ziet wat men doet en men maakt de gevolgtrekkingen die men wil maken.


Een voorbeeld van zelf-perceptie is motivatie. In het verleden werd onderscheid gemaakt tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie.
Intrinsieke motivatie verwijst naar willen presteren uit eigen belang. De activiteit die men verricht is in dit geval een doel op zichzelf.
Extrinsieke motivatie is het uitvoeren van een activiteit wegens iets die uit deze verrichting voortvloeit. De activiteit die men verricht is geen doel op zichzelf maar een middel om iets anders te bereiken.


Uit de theorie van de zelf-perceptie is af te leiden dat de extrinsieke motivatie sterker is dan de intrinsieke motivatie als beiden relevant zijn. Dit wordt het over-justificatie effect genoemd - de tendens dat de intrinsieke motivatie verminderd naar mate de te verrichten activiteiten meer worden geassocieerd met beloningen. Men zou kunnen stellen dat over-justificatie betekent dat door beloningen een spel wordt omgezet in arbeid.


Extrinsieke beloningen kunnen tot verwarring leiden als mensen een activiteit verrichten die zij graag doen. Men begint zich af te vragen waarom men de activiteit doet, voor het plezier of voor de beloning. Als iemand extrinsieke beloningen krijgen voor iets dat hij of zij intrinsiek graag doet, zal uiteindelijk de intrinsieke motivatie verminderen en de aandacht zich meer gaan richten op activiteiten met extrinsieke beloningen. Betaald worden betekent dat mensen gaan denken “ik doe dit alleen voor geld”.


Een belangrijke factor is of beloningen voor het verrichten van een activiteit worden verwacht in vergelijking met een beloning als verrassing. Wanneer de mensen een activiteit uitvoeren en verwachten daarvoor te worden betaald, zal daardoor hun intrinsieke belangstelling voor het uitvoeren van de taak verminderen. Als mensen een taak uitvoeren en daarvoor bij verrassing worden betaald, blijft hun intrinsieke motivatie voor het uitvoeren van die taak gelijk.


Men zou kunnen denken dat als mensen een activiteit uitvoeren en het ook prettig vinden die activiteit uit te voeren , dat dan het krijgen van een extrinsieke beloning niet als belangrijk wordt ervaren. Dit is echter niet zo. Het zelf-perceptie-proces heeft hier duidelijk invloed. Anders gezegd, ouders die hun kinderen voor hun schoolactiviteiten intrinsiek motiveren zouden tweemaal moeten nadenken voordat zij hun kinderen betalen voor het behalen van goede resultaten. Het ontvangen van geld kan verwarring veroorzaken bij de kinderen over waarom zij goede resultaten te behalen: krijgen zij het geld omdat het leren leuk is of krijgen zij het geld omdat zij goede resultaten hebben behaald? Het schijnt dat wanneer een beloning samengaat met de duidelijke boodschap “je hebt het goed gedaan!” deze de intrinsieke motivatie niet ondermijnt.


5 Zichzelf leren kennen: een wisselende voorstelling van het zelf (zelfbeeld).

Er is een ook een beeld van het “zelf” dat gemakkelijker verandert, het waarneembare zelf of het direct beschikbare zelf. Dit is het beeld van het “zelf” dat op een bepaald moment actief in de gedachten van iemand aanwezig is. Wanneer men zelf-bewust is, is men op een bepaald moment zich bewust van een deel van al informatie die in de hersens is opgeslagen. Elke situatie roept slechts een paar relevante aspecten van zelf in het bewustzijn en deze vormen het waarneembare zelf.


Mensen denken enigszins verschillend over zichzelf wanneer zij zich richten op het heden i.p.v. op de toekomst. Wanneer men denkt over zichzelf zoals men vandaag is, dan hebben deze gedachten de neiging om specifieke feiten te bevatten. Als men zich een situatie in de toekomst indenkt zullen de gedachten veel algemener en abstracter zijn.

In het algemeen, is het toekomstige zelf-beeld vaag, eenvoudig, breed en algemeen, terwijl het huidige zelf-beeld duidelijker, complexer en specifieker is.


6 Zichzelf leren kennen: waarom willen mensen zichzelf kennen.

- Nieuwsgierigheid naar de eigen geschiktheid voor het uitvoeren van bepaalde taken.

Nieuwsgierigheid kan mensen motiveren om taken met een gemiddelde moeilijkheid te kiezen omdat deze de meeste informatie bieden. Als men begint met een gemakkelijke taak dan zal een succesvolle uitvoering niet veel informatie geven over of men geschikt is voor dat soort taken omdat iedereen een gemakkelijke taak goed zal uitvoeren. Als men begint met een zeer moeilijke taak dan zal falen niet veel informatie geven over of men meer of minder geschikt is om deze taak uit te voeren omdat iedereen kan falen bij het uitvoeren van een moeilijke taak.

- Zelfverbetering.

Het motief zelfverbetering is het willen kennen van het “zelf” omdat men dit wil verbeteren en is vaak gebaseerd op de wens om gunstige of het vleien dingen over eigen zelf te ontdekken. In tegenstelling tot het motief nieuwsgierigheid kan dit motief een aanzienlijke vooringenomenheid met zich mee brengen die mensen ertoe aanzet om kritiek te verwerpen of te negeren en goede kwaliteiten te overdrijven of op te blazen.

- Consistentie.

Het motief consistentie is de wens om feedback te krijgen in de vorm van een bevestiging van wat iemand reeds van zichzelf gelooft. Als mensen ideeën over zichzelf hebben gevormd, vinden zij het over het algemeen moeilijk deze te herzien.

Het consistentie motief wordt soms genoemd het zelf-verificatie motief, waarmee wordt bedoeld dat mensen actief het beeld dat zij van hun “zelf”hebben willen verifiëren door de bevestiging van anderen te verkrijgen dat, wat zij over hun “zelf” denken, correct is

- Wanneer motieven met elkaar in conflict komen.

Als zich conflicten voordoen tussen motieven, zou de vraag kunnen zijn, welke motief wint? Op basis van de logica zou het antwoord waarschijnlijk moeten zijn “nauwkeurige informatie“. De werkelijkheid is echter anders. Mensen hebben het meest behoefte aan het horen van goede dingen over zich zelf. De eerste voorkeur is “zelfverbetering”. De tweede voorkeur is “consistentie”, het krijgen van een bevestiging van reeds werd gedacht. Mensen willen ook nauwkeurige informatie, maar de wens naar betrouwbare informatie is met afstand de derde voorkeur.

Zie, Sedikides C., Assessment, enhancement, and verification determinants of the self-evaluation process, Journal of Personality and Social Psychology, 65, 1993.


10.2 Self-Handicapping en een tweevoudige geest.


Self-Handicapping.

Waarom blijven sommige studenten de hele nacht bezig op een party, de avond die voorafgaat aan een tentamen? Sommige mensen hebben een probleem dat men zou kunnen noemen “het zichzelf een handicap bezorgen”. Zich een handicap bezorgen betekend hier hindernissen aanbrengen die de eigen prestaties schaden, zodat de schuld van een verwachte of mogelijke mislukking aan de hindernis kan worden geweten. Zichzelf een handicap bezorgen is hoofdzakelijk een strategie van zelf-presentatie, om controle uit te oefenen op hoe men door anderen wordt gezien.


Zelfkennis en een tweevoudige geest.

Bij conflicten tussen motieven speelt ook de tweevoudige geest een rol. Het automatische (onbewust) werkende systeem neigt er naar om zich te richten op het motief van zelfverbetering. Wanneer mensen automatisch vragen beantwoorden over zichzelf dan hebben zij de neiging om te zeggen dat alles goed met hen is. Vaak is een bewuste ingreep vereist om een meer evenwichtige en consistente mening te produceren.

In het bijzonder bij bescheidenheid schijnt vaak een bewuste, weloverwogen controle nodig te zijn omdat mensen als eerste impuls de neiging hebben te zeggen dat het zeer goed gaat en dat zij deze impuls eerst moeten overwinnen om een meer reële mening over zich zelf te kunnen geven. Het is een automatische reactie om zich goed te voelen als men waardering ontvangt en zich slecht te voelen als men wordt gekritiseerd en het kost inspanning om waardering in twijfel te trekken of om toe te geven dat de kritiek juist is. De tweevoudige geest meet met twee maten. Het onbewuste systeem is egoïstisch ingesteld en het bewuste systeem kan correcties maken ten behoeve van een meer gebalanceerde en nauwkeurige inschatting van de feiten.


11 Het aanbrengen van veranderingen in het “zelf”.




Een van effecten van het “zelf” bij het verwerken van informatie is de automatische verwijzing. De informatie in het “zelf” is grondig verwerkt en wordt beter herinnerd dan andere informatie. Het zelf werkt als een krachtig sturingsmechanisme.
Een soortgelijk patroon is het eigendoms-effect: onderwerpen ontlenen hun waarde aan de eigenaar, zij stijgen in waarde als de eigenaar ze accepteert. Onderwerpen stijgen in waarde als deze door het zelf worden uitgekozen.
De meeste mensen kiezen hun naam niet, maar namen zijn wel nauw verbonden met zelf. Mensen ontwikkelen affectie voor hun naam en voor dingen die met hun naam verbonden zijn.


Mensen verwachten dat zij, wat hun persoonlijkheid betreft, in de tijd, het zelfde blijven. Voor een deel komt dit omdat mensen anderen zien in termen van stabiele kenmerken, hoewel zij zichzelf niet op deze wijze zien. Toch is het zo dat mensen veranderen. Kinderen verwerven bijvoorbeeld nieuwe kennis en vaardigheden als zij opgroeien. Volwassenen kunnen nieuwe hobby’s kiezen of met slechte gewoonten breken.


Hoe kunnen mensen hun “zelf” wijzigen? Als eerste is het nuttig op te merken dat wijzigen ook kan betekenen het opnemen van nieuwe informatie in het “zelf” waarbij de oude informatie ook aanwezig blijft, wat vaak het geval zal zijn. Er is een theorie die zegt: men kan eenvoudig beslissen om wat men van het eigen “zelf” vindt te veranderen en het eigen gedrag zal daarna een afspiegeling zijn van dit gewijzigde “zelf”. Een andere theorie zegt het omgekeerde: men kan beslissen het eigen gedrag te veranderen en het “zelf ” zal zich veranderen conform dit nieuwe gedrag.


Men kan het eigen “zelf” het gemakkelijkst veranderen via veranderingen in de sociale omgeving. De eigenwaarde en het “zelf” hebben de neiging vrij stabiel te blijven wanneer er weinig veranderingen plaatsvinden in de eigen sociale omgeving. Opvallende veranderingen in het “zelf” treden vooral op bij grotere veranderingen, zoals naar een nieuwe school gaan, verhuizen, een echtscheiding en het overlijden van een naaste. Een verklaring is dat het “zelf” zich, conform de nieuwe situatie, min of meer schoksgewijs aanpast. Éen andere verklaring is dat de mensen geleidelijk aan veranderen, maar dat hun sociale omgeving dit niet opmerkt. Na een ingrijpende gebeurtenis kan ook de sociale omgeving van iemand veranderen en ziet men plotseling de nieuwe versie van de persoon als resultaat van de niet opgemerkte geleidelijke veranderingen.


Met de invloed die de sociale omgeving heeft op het “zelf” wordt hier vooral bedoeld dat men zichzelf kan veranderen via anderen. Het veranderen van de sociale omgeving is een veelbelovende manier om het “zelf” te veranderen. De processen die binnen het “zelf” verlopen zijn nauw verbonden met inter-persoonlijke relaties, anders geformuleerd, wanneer de sociale omgeving verandert dan verandert het “zelf” meestal ook.

Een dergelijk proces, met een zelfde conclusie, vindt ook plaats bij hersenspoeling.
Hersenspoeling verloopt pas efficiënt en succesvol als de mensen die moeten worden gehersenspoeld, gescheiden van elkaar worden gehouden zodat ze elkaar niet zien of spreken, met ander woorden, zij moeten in een totaal andere sociale omgeving worden gebracht. Op deze wijze wordt bereikt dat de gemeenschappelijke identiteit en waarden niet verder worden ondersteund door onderlinge sociale contacten. De te hersenspoelen mensen worden dan buigzamer omdat, wat zich in hun hoofden bevindt, hoofdzakelijk is ingericht voor inter-persoonlijke processen. Hun “zelf”, gaat zich aanpassen aan de nieuwe inter-persoonlijke processen die behoren bij de situatie van het hersenspoelen en waaraan ze dagelijks worden blootgesteld.


Als het “zelf” is veranderd neigen mensen er naar om hun het verhaal van hun leven aan te passen aan dit veranderde “zelf”, ze maken een nieuwe versie van dit verhaal.
Meestal willen dat hun omgeving blijft denken (geloven) dat zij het zelfde zijn gebleven, maar soms willen zij ook gaan geloven dat zij wel zijn veranderd en gaan zij de feiten in hun geheugen aanpassen aan wat zij vinden dat hun nieuwe “zelf” is. Dus, als mensen hun houding en/of gedrag veranderen, dan is het mogelijk dat zij vergeten wat zij daarvoor geloofden (wat zij “zelf” daarvoor vonden). In feite denken zij dan dat hun nieuwe zelf helemaal niet is veranderd - zij zeggen “ik dacht altijd al zo”.


12 Eigenwaarde, zelfbedrog en positieve illusies.




12.1 Eigenwaarde.


Met eigenwaarde wordt bedoeld: hoe iemand zichzelf waardeert.
Mensen met een hoge eigenwaarde hebben een positief beeld van zichzelf, wat gewoonlijk betekent dat zij zichzelf beschouwen als: competent, sympathiek, aantrekkelijk en als iemand die zich gedraagt volgens de geldende morele gewoonten.
Mensen met een lage eigenwaarde zijn meer het tegengestelde hiervan, zij beschouwen zichzelf als: incompetent, onsympathiek, onaantrekkelijk en als iemand die zich minder gedraagt volgens de geldende morele gewoonten. In de praktijk beschouwen weinig mensen zich zo negatief als hier is aangegeven.


Mensen met een hoge eigenwaarde zijn niet moeilijk te begrijpen. Zij denken goede eigenschappen te hebben, zij willen met anderen hun mening delen en zij zijn meer bereid om kansen te grijpen en nieuwe dingen te proberen omdat zij denken te zullen slagen.


De eigenschappen van mensen met een lage eigenwaarde gaan meer in de richting van:

- Zij willen niet falen.

Mensen met een lage eigenwaarde hebben de zelfde doelstellingen en wensen als mensen met een hoge eigenwaarde, zoals succesvol willen zijn en graag te willen dat anderen hem of haar aardig vinden. Het verschil is vooral dat de mensen met een lage eigenwaarde er minder zeker van zijn of zij deze positieve doelstellingen kunnen bereiken.

- Zij hebben vaak ideeën over zichzelf die onderling strijdig zijn en zij zijn ook onzeker.

Dit patroon wordt genoemd: een verwarrend zelfbeeld.

Wanneer aan mensen met een lage eigenwaarde vragen worden gesteld die betrekking hebben op hen zelf, zijn zij meer geneigd om te zeggen dat zij het niet weten of dat zij niet er niet zeker van zijn.

- Zij concentreren zich op het instandhouden van hun eigenwaarde in plaats van op het verbeteren ervan.

Mensen met een lage eigenwaarde gaan door het leven om mislukkingen, verlegenheid, afwijzingen en andere nadelen te vermijden, zelfs als dit betekent dat zij geen gebruik maken van de kansen die zich voordoen.

- Zij zijn gevoeliger voor emotionele hoogtepunten en dieptepunten.

Zij worden meer beïnvloed door (onverwachte) gebeurtenissen (waarmee zij worden geconfronteerd) en door emotionele overreacties.


Is de eigenwaarde een realiteit of een illusie.

Van gedeprimeerde mensen wordt gezegd dat zij allerlei zaken vervormen, dat zij een onjuist beeld hebben van allerlei zaken. In werkelijkheid zijn het eerder de normale (niet depressieve) mensen die allerlei zaken vervormen en er een onjuist beeld van hebben van allerlei zaken. Depressieve mensen schijnen redelijk gelijkmatig te zijn in het nemen van schuld voor een mislukking en het nemen van krediet voor succes. Normale mensen ontkennen vaak de schuld voor een mislukking en eisen een overvloed aan krediet op voor succes. Gedeprimeerde mensen zijn vrij nauwkeurig bij het inschatten van de controle zij over gebeurtenissen hebben terwijl de normale mensen hun mogelijkheden vaak overschatten. Gedeprimeerde mensen zijn vrij nauwkeurig als zij moeten inschatten op wie zij kunnen rekenen en op wie niet terwijl normale mensen gemakkelijk de mate overschatten waarin zij op anderen kunnen rekenen.


Om het bovenstaande verder te accentueren volgen hier een aantal manieren waarop goed-aangepaste, geestelijk gezonde mensen hun waarnemingen van gebeurtenissen vervormen:

- Mensen overschatten hun goede kwaliteiten (en onderschat hun fouten).

Normale mensen denken dat zij: slimmer, aantrekkelijker, sympathieker, positiever, gemakkelijker of op andere manieren beter dan zij eigenlijk zijn. Dit is “het boven gemiddelde effect“, het effect dat de meeste mensen beter denken te zijn dan een gemiddeld iemand.

- Mensen overschatten hun controle over gebeurtenissen.

Normale mensen neigen er naar te denken zij grotendeels de controle hebben over de gebeurtenissen in hun leven en dat wat er met hen gebeurt over het algemeen het resultaat van hun eigen handelingen. Zij geloven dat zij het vermogen hebben hun leven te verbeteren en veel ongelukken en problemen te voorkomen.

- Mensen zijn vaak onrealistisch optimistisch.

Mensen denken dat hun eigen persoonlijke kansen om bijvoorbeeld een goede baan te krijgen of andere positieve zaken te realiseren hoger zijn dan gemiddeld. Omgekeerd denken zij dat hun kansen om werkloos te worden, in een scheiding terecht te komen, een ongeval te krijgen of op een andere wijze schade op te lopen lager zijn dan die van een gemiddeld iemand. Ieder vindt zijn of haar toekomst rooskleuriger dan die van anderen.


Men zou kunnen denken dat deze illusies leiden tot roekeloos gedrag, dat mensen daardoor slechte besluiten gaan nemen. Dit is niet zo want mensen hebben het opmerkelijke vermogen om hun illusies terzijde te leggen en realistisch te zijn wanneer zij een besluit moeten nemen. Mensen hebben een speciale manier van denken als het om het maken van keuzen gaat. Zodra echter een besluit is genomen vervallen zij weer in het gedrag van optimistisch beoordelen van zichzelf.

Zie, Taylor S. E., Adjustment to threatening events: A theory of cognitive adaptation, American Psychologist, 38, 1983.

Zie, Taylor S. E. & Brown J. D., Illusion and wellbeing: A social psychological perspective on mental health, Psychological Bulletin, 103, 1988.

Zie, Taylor S. E. & Gollwitzer P. M. Effects of mindset on positive illusions. Journal of Personality and Social Psychology, 69, 1995.

Zie, Gollwitzer P. M. & Kinney R. F., Effects of deliberative and implemental mind-sets on the illusion of control, Journal of Personality and Social Psychology, 56, 1989.


12.2 Hoe mensen zich zelf bedriegen.

Positief denken over zichzelf (het maken van positieve illusies) komt door wens-denken of zelfbedrog. Mensen blijken in staat te zijn hun positieve illusies (misvattingen die iemand als waar wil zien) gedurende een lange tijd intact te houden.

Als de eigenwaarde meer door de eigen mislukkingen dan door de eigen successen zou worden beïnvloed, zouden de meeste mensen waarschijnlijk vinden dat hun eigenwaarde beneden gemiddeld zou zijn. Maar het tegengestelde blijkt waar te zijn.
Zelf-bedrog kan worden gezien als een patroon van cognitieve kunstgrepen en strategieën om het effect van mislukkingen en andere ongewenste feedback te niet te doen of te verminderen. De invloed van deze ongewenst feedback kan ongedaan worden gemaakt door successen en gewenste feedback te accepteren en mislukkingen en ongewenste feedback ter discussie te stellen, te wantrouwen of te vergeten.


De strategie van zelfbedrog (zelf-deceptie) wordt ook wel aangeduid als een neiging zich te richten op eigenbelang. Dit is voor mensen een gebruikelijke methode om gebeurtenissen te interpreteren. Iemand eist krediet op voor succes en ontkent schuld aan een mislukking.


Een strategie die verwant is aan zelfbedrog is een strategie waarbij men sceptisch is ten opzichte van ongewenst feedback en gewenst feedback gemakkelijker accepteert. Met deze tactiek kan men vermijden de eigenwaarde, iemands “zelf”, te moeten herzien na veel mislukkingen en kan men de positieve illusies intact te houden.


Het bekende mentale proces van opslaan in het geheugen kan ook van nut zijn voor selectief gedrag. Veel mensen herinneren zich goede dingen beter dan slechte dingen. Dit komt gedeeltelijk omdat zij meer tijd besteden met denken aan goede dingen, deze mentaal opnieuw afspelen. Hoewel zo nu en dan mislukkingen of kritiek in het geheugen komen proberen mensen gewoonlijk om er niet te bij stil te staan, terwijl zij genieten van het herbeleven van hun successen. Zich selectief concentreren op goede dingen kan helpen de invloed van slechte dingen tegengaan.


Het controleren van de zaken waaraan men aandacht besteed is weer een andere methode van zelfbedrog, dit wordt wel de “junk mail” theorie genoemd. Men kan junk mail vaak herkennen aan de vorm, zodat men het kan verwijderen zonder het te openen en de inhoud lezen. Op een soortgelijke manier, wanneer men ongewenst nieuws krijgt, herkent men dit als slecht nieuws waarna men kan besluiten er niet veel tijd aan te besteden. Op deze wijze vermindert men het effect.


Weer een andere strategie maakt gebruik van het feit dat goed en slecht gewoonlijk relatieve begrippen zijn. Een bekend verschijnsel is dat mensen vaak de meeste aandacht besteden aan anderen, uit hun omgeving, die weinig minder zijn dan zijzelf (maar die wel minder zijn) omdat zij zich, door zich met hen te vergelijken, goed voelen.
Op een soortgelijke manier verdraaien mensen hun indruk van andere mensen om zichzelf er van te overtuigen dat hun goede kanten erg goede eigenschappen zijn en dat hun fouten bij veel andere mensen ook worden gevonden. Mensen zijn vooral geneigd tot dergelijke vervormingen als de betreffende kenmerken belangrijk zijn voor de eigenwaarde en mensen met een hoge eigenwaarde zijn meer geneigd tot dit soort vervormingen dan mensen met een lage eigenwaarde.


12.3 Voordelen van het hebben van een (hoge of een lage) eigenwaarde.


Vooral in de voorbije decennia werd er veel aandacht besteed aan het verhogen van de eigenwaarde, bijvoorbeeld via symposia en cursussen, in de verwachting dat een hogere eigenwaarde veel voordelen zou opleveren. De resultaten waren teleurstellend.


Mensen met hoge eigenwaarde stellen dat zij slimmer zijn, succesvoller zijn, meer vrienden hebben, betere relaties hebben en beter anderen kunnen beoordelen. Objectief onderzoek toonde aan dat dit niet zo is. Een hoge eigenwaarde is niets meer dan “een mythe van de eigen mening”.

Zie, Gabriel M. T., Critelli J. W. & Ee J. S., Narcissistic illusions in self-evaluations of intelligence and attractiveness, Journal of Personality, 62, 1994.

De werkelijkheid is waarschijnlijk omgekeerd. Als men goede cijfers haalt en het goed doet op school dan leidt dit tot een hogere eigenwaarde. Het feit dat er een verband is tussen goede cijfers en een hogere eigenwaarde geeft op zich nog geen uitsluitsel over de vraag wat de oorzaak is, wat veroorzaakte wat. De hogere eigenwaarde is hier waarschijnlijk niet de oorzaak maar het resultaat van de goede cijfers.


Mensen met hoge eigenwaarde geloven vaak dat zij een goede indruk maken op anderen en dat anderen hen sympathiek vinden. In feite is er geen verschil in de evaluaties die anderen maken. Soms zijn mensen met een hoge eigenwaarde onaangenamer en hebben anderen daardoor meer de neiging zich van hen af te keren omdat zij te superieur overkomen, althans doen voorkomen dat zij superieur zijn.

Zie, Heatherton T. F. & Vohs K. D., Interpersonal evaluations following threats to self: Role of self-esteem, Journal of Personality and Social Psychology, 78, 2000.


Een hoge eigenwaarde heeft ook voordelen:

- Initiatief.

Een hoge eigenwaarde bevordert zelfvertrouwen. Men kan doen wat men juiste vindt. Mensen met hoge eigenwaarde zijn meer geneigd om in groepen of commissies te spreken. Zij zijn meer bereid om mensen te benaderen en nieuwe vriendschappen te sluiten. Zij zijn meer bereid om tegen de raad van anderen in te gaan en te doen wat zij denken beste is. Zij verzetten zich beter tegen externe invloed.

- Het voelt goed.

Een hoge eigenwaarde werkt als een voorraad van goede gevoelens waarvan gebruik kan worden gemaakt. Wanneer het leven ongeluk brengt, kan men beter terug vechten als men een hoge eigenwaarde heeft omdat dit een middel is dat helpt om wrok te overwinnen.

Mensen met een lage eigenwaarde hebben deze mogelijkheid in veel mindere mate en worden daarom harder geraakt. Als zij aanvankelijk niet slagen, zijn de mensen met hoge eigenwaarde meer bereid het opnieuw en harder te proberen, terwijl de mensen met lage eigenwaarde eerder zullen opgeven. Zeer in het algemeen zou men kunnen zeggen: mensen met een hoge eigenwaarde zijn gelukkiger dan mensen met een lage eigenwaarde.


12.4 Hoe gaan mensen in de praktijk om met hun eigenwaarde.

Mensen zijn vaak gemotiveerd om hun eigenwaarde te beschermen en te verbeteren. Een reden hiervoor zou kunnen de inter-persoonlijke relaties, sociale acceptatie. Velen vermijden mensen die onaantrekkelijk zijn, incompetent zijn of die oneerlijk of immoreel zijn. Een verhoging van de eigenwaarde is het directe resultaat van een verhoging van de sociale acceptatie terwijl een afwijzing door een groep de eigenwaarde kan bedreigen of verlagen. Deze benadering, dat de eigenwaarde is verbonden met sociale acceptatie, wordt wel de “socio-meter” theorie genoemd. Een socio-meter is een maat voor hoe aantrekkelijk men voor anderen is, bijvoorbeeld als partner in een relatie, als teamlid, als werknemer, als collega of op een andere manier. In deze betekenis, is de eigenwaarde identiek met een sociometer, omdat het de eigenschappen meet waarover men beschikt ten behoeve van sociale acceptatie. De socio-meter theorie kan verklaren waarom mensen zo betrokken zijn bij hun eigenwaarde : met hun eigenwaarde zijn mensen in staat te navigeren op de lange weg naar sociale acceptatie.

Zie, Leary M. R. & Baumeister R. F., The nature and function of self-esteem: Sociometer theory, In M. Zanna, Advances in experimental social psychology, Vol. 32, Academic Press, San Diego, CA, 2000.


Een andere en eenvoudiger theorie (stelling) is dat een hoge eigenwaarde goed voelt. Omdat mensen zich goed willen voelen willen zij ook hun eigenwaarde in stand houden.

Een meer complexe variant op deze stelling is de theorie van terreur management die stelt dat angst voor de dood de basis is voor al het menselijk handelen. Het is bekend dat bij terreur management het hebben van een hoge eigenwaarde wordt beschouwd als een belangrijke factor om mensen te beschermen tegen hun angst voor de dood. Anders gezegd, mensen gebruiken hun eigenwaarde als een middel om te vermijden te moeten erkennen te moeten sterven.


13 “Zelf”-presentatie, het presenteren van zichzelf.




Men zou kunnen zeggen dat iemands eigenwaarde vertelt (aan hem zelf of aan haar zelf) hoe goed hij of zij is en dat iemands ego ok aan de buiten wereld (aan anderen) vertelt hoe goed hij of zij is. Ego wordt vaak gestuurd door angst voor afwijzing. Mensen doen veel om hun eigenwaarde te verhogen of te beschermen maar zij vinden het belangrijker dat anderen hen gunstig beoordelen. Mensen vinden het belangrijker om er goed uit te zien dan zich goed te voelen. Misschien komt dit door de biologische oorsprong van de mens: in het verleden ging het vooral om overleven en reproductie door middel van het behoren tot sociale en culturele groepen.


Zelf-presentatie (van iemand) wordt gedefinieerd als gedrag dat ten doel heeft om een beeld van het eigen “zelf” of informatie over eigen “zelf” over te brengen aan anderen, inclusief elk ander gedrag (zelfs onbewust gedrag) dat is bedoeld om een indruk te maken op anderen. Zelf-presentatie omvat een brede waaier van acties, zoals: expliciete verklaringen over het eigen “zelf” (b.v. “u kunt op me vertrouwen”), hoe men zich kleedt of welke auto men heeft, het maken van verontschuldigingen of het uiten van bedreigingen en proberen om angst of woede te verbergen zodat anderen zullen denken dat men “cool” is.


Zelf presentatie is vooral gericht op anderen “hoe zien anderen mij”.

Vele gedragspatronen hangen samen met zelf-presentatie. Als iemand zich hoofdzakelijk richt op eigenwaarde dan zal zijn of haar gedrag het zelfde zijn ongeacht of iemand anders er op let. Als iemand bezorgd is over wat anderen er van denken, dan zal zijn of haar gedrag verschillend zijn, afhankelijk van of hij of zij alleen is of dat er anderen bij zijn.
Mensen veranderen bijvoorbeeld vaak hun houding om deze in overeenstemming te brengen met hun gedrag, vooral als zij iets hebben gedaan dat strijdig is met hun gebruikelijke gedrag. Dit komt hoofdzakelijk voor als andere mensen er op letten. Dit veranderen van gedrag is veel zwakker in privé omstandigheden.

Zie, Munger K. & Harris S. J., Effects of an observer on handwashing in a public restroom, Perceptual and Motor Skills, 69, 1989.


Een eerst indruk van zelf-presentatie zou kunnen zijn dat het een vorm is van hypocrisie - zich voordoen als iemand anders dan men in werkelijkheid is, misschien zelfs om een verkeerde reden zoals om anderen te manipuleren of om het eigen egotisme te voeden.
Dit is echter niet het geval, het maken van een goede indruk en het ophouden van een goede reputatie is een fundamenteel aspect van het menselijke sociale leven. Het is niet beperkt tot enkele snobistische of schijnheilige individuen die valse indrukken willen wekken. Bijna iedereen streeft naar een goede zelf-presentatie. Door zelf-presentatie kunnen de mensen hun kansen vergroten om te worden geaccepteerd door anderen, kunnen zij laten zien een waardevol lid te zijn van het sociale systeem en kunnen zij hun plaats in dit systeem behouden.


“Zelf”presentatie door te tonen dat men goed is.

Tonen dat men goed is, is een belangrijke vorm van zelfpresentatie. Mensen presenteren zich vaak op een wijze die door het publiek, het gehoor, anderen wordt gewenst. Mensen willen goed overkomen en zich conformeren aan de waarden en verwachtingen van anderen, Dit is een vrij algemeen gebruikte strategie. Men moet tonen goede eigenschappen te hebben. Zichzelf te presenteren als bekwaam, vriendelijk, eerlijk, loyaal, sterk, warm, behulpzaam, etc., is in lijn met een goede zelfpresentatie.

Een probleem dat zich bij zelf-presentatie kan voordoen is dat de waarden van de zelf-presentator en de waarden van het gehoor uiteenlopen. Dan zal de zelf-presentator moeten kiezen tussen zijn of haar eigenwaarden en het maken van een goede indruk op het gehoor (of de inter-actiepartner). Wat de betreffende persoon in dit geval doet hangt af van meerdere factoren, met inbegrip van het belang van de relatie met het gehoor en het belang van het eigen “zelf”.


Het claimen van identiteit.

Iemand zou bijvoorbeeld op het idee kunnen komen om als een kunstenaar te worden erkend. Het is niet genoeg om zichzelf te overtuigen dat men deze identiteit heeft, dus dat men een kunstenaar is. De claim een kunstenaar te zijn vereist een sociale bevestiging: andere mensen moeten waarnemen dat iemand een kunstenaar is. Men kan geen kunstenaar zijn als men zelf de enige persoon is die het gelooft. Het is noodzakelijk om door anderen te worden gezien als kunstenaar. Mensen gebruiken zelf-presentatie om hun claims voor een bepaalde identiteit te ondersteunen. Meestal zoeken mensen niet de uitersten op om een goede indruk op anderen te maken, door bijvoorbeeld te claimen dat zij supersterren of genieën te zijn, maar zij neigen er toe om zichzelf zo goed mogelijke te presenteren binnen een range die in de wijze waarop mensen met elkaar omgaan als acceptabel wordt beschouwd. Mensen presenteren zichzelf zo gunstig mogelijk, binnen de grenzen waarvan zij denken dat het kan! Als zij denken dat anderen hun gedrag overdreven vinden, dan stellen zij dit bij.


Soms gebeurt het dat mensen (om een identiteit te claimen) zichzelf presenteren op een wijze waarvan zij weten dat hun gehoor dit niet zal goedkeuren. Dit is niet het zelfde als meer betrokken zijn met de eigen werkelijkheid dan met de openbare verschijning. Als iemand zich werkelijk niet zou storen aan wat anderen denken, dan zou hij of zij zich niet gehinderd voelen om te zeggen met zijn gehoor van mening te verschillen.


“Zelf”-presentatie en bescheidenheid.

De neiging van mensen om zich naar buiten gunstig te presenteren is bedoeld om een goede eerste indruk te make op anderen. Binnen bestaande relaties is dit gedrag niet nodig. Wanneer mensen onder vrienden zijn vinden zij het niet nodig zichzelf zo voordelig mogelijk te presenteren. Bescheidenheid is meer de regel onder vrienden. Er zijn hiervoor verschillende redenen, zoals: vrienden zijn waarschijnlijk vertrouwd met elkaars fouten en mislukkingen. Als men claimt beter te zijn dan men is, zal men er door vrienden op worden gewezen dat men de feiten verdraait. Een diepere reden voor bescheidenheid binnen relaties en vriendschappen is misschien dat dit mensen helpt om beter met elkaar om te gaan. De bedenkers van de meeste godsdiensten hebben bijvoorbeeld bescheidenheid als een deugd genoemd.


Japanners kunnen goed functioneren in groepsverband. Binnen hun groep proberen individuele Japanners niet om hun superioriteit over de andere groepsleden aan te tonen maar een individuele Japanner heeft als doel om een beter lid van zijn sociale groep te worden. Het verbeteren van de eigenwaarde kan in dergelijke culturen via het worden van een beter lid van de eigen groep of door te proberen lid te worden van en hoger gewaardeerde groep.